Een sleepje nemen is handig en relaxed, maar je moet wel goed weten waar je mee bezig bent, want het kan ook gevaarlijk zijn. De kracht op de sleeplijn en de snelheid van de boot zijn groter dan je denkt. Verder is het belangrijk dat je een goede indruk maakt op de mensen die je een sleepje geven. Dan zullen ze de volgende keer vast wel weer een zeeverkennersvletje op sleeptouw willen nemen.
Op deze pagina vind je richtlijnen voor het nemen van een sleep met een lelievlet. Houdt er wel rekening mee dat iedere groep en iedere sleepboot zijn eigen regels heeft. Zo sleept de ene groep met de voorlandvasten, terwijl de andere lange dikke sleeplijnen heeft. Denk erom dat de schipper van de sleepboot de leiding heeft over de hele sleep en het laatste woord heeft.
Algemene puntjes
- Zorg dat de vlet opgeruimd is, vooral het voor- en achterdek moeten vrij zijn om te kunnen werken met trossen.
- Bescherm bagage tegen regen en buiswater met een zeiltje en een doek over de zwaardkast.
- Trim de vlet iets achterover, dus zware bagage en mensen zoveel mogelijk achterin.
- Zorg dat bakboord en stuurboord in evenwicht zijn.
- Houdt een wrikriem klaar voor gebruik.
- Let erop dat iedereen zijn handen en voeten binnenboord houdt, hoe warm het ook is.
Het formeren van de sleep
- Vraag nooit zeilend een sleep, maar strijk eerst je zeilen. Een roeiboot is beter manoeuvreerbaar dan een zeilboot.
- Als je geen speciale sleeplijn hebt, maar op je voorlandvast sleept, vraag dan alleen sleepjes aan pleziervaartuigen. Landvasten zijn over het algemeen niet sterk en lang genoeg om door vrachtschepen gesleept te worden.
- Vraag netjes om een sleep en wordt niet boos als men je niet mee wil nemen. Door te zwaaien met de sleeplijn op voordek geef je een duidelijk teken dat van een flinke afstand zichtbaar is.
- Laat je inhalen door sleper, maar houdt zelf voldoende snelheid om bestuurbaar te blijven. Bovendien geeft snelheid je een kans om een tweede keer te werpen als de sleeplijn de eerste keer in het water beland is.
- Als een sleep met meerdere vletten op het water wordt geformeerd, gebeurt dit in principe tegen de stroming of de wind in. De vletten moeten onderling al vastmaken, en een beetje snelheid houden. De voorste vlet trekt de sleep strak door te blijven roeien of wrikken.
Tijdens de sleep

- Iedere vlet heeft altijd een roerganger, hoe saai het ook is... Deze moet met zo weinig mogelijk roer achter de sleepboot aansturen en daarbij proberen buiten het schroefwater van de sleepboot te blijven.
- De sleeplijn wordt ver genoeg gevierd, zodat de eerste boot niet in het schroefwater ligt. Tussen de vletten in de sleep wordt ongeveer een bootlengte afstand gehouden.
- Als de sleepboot vaart mindert haalt iemand op het voordek van de gesleepte vlet de sleeplijn binnen en viert deze weer uit als de sleper gas geeft. De sleeplijn mag eigenlijk nooit slaphangen, omdat deze dan in de schroef van de sleepboot kan komen.
- Gesleepte vletten hebben altijd hun zwaard op. Vergeet dit niet! Anders trek je de hele sleep scheef en kan je zelfs omslaan als je dwars achter de sleper komt te liggen. Eventueel kan de schipper van de sleepboot beslissen dat de achterste boot in een lange sleep het zwaard half of helemaal in doet. Als de laatste boot veel slingert of scheef trekt, kan je zelf beslissen het zwaard toch verder op trekken.
- In drukke vaarwateren en wanneer de sleepboot langzaam vaart, worden de lijnen ingekort om beter te kunnen manoeuvreren. De minimale lengte blijft een bootlengte.
- De achterste boot kan een puts of autoband uitgooien om te voorkomen dat de sleep de sleepboot inhaalt als deze remt. Hierdoor blijft de sleep gestrekt. Als weer verder wordt gevaren moet deze weer binnen worden gehaald, voordat de kracht op de lijn zo groot wordt dat dit niet meer lukt en de lijn breekt.
Bij een sluis
- Voor de sluis wordt de sleeplijn ingekort, als de sleep de sluis binnen vaart, moet het achterste schip de achterlandvast om een bolder heenslaan. Het uiteinde wordt slippend gevierd. Hierdoor remt de sleep en trekt deze zichzelf recht. Als je het niet kan houden, moet je gewoon loslaten.
- In een sluis mag je landvasten nooit vastleggen, je moet ze de hele sluispassage vasthouden. Je zal niet de eerste zijn die zijn boot ophangt in de sluis en de landvast niet meer loskrijgt door de kracht die erop staat...
- Iedereen die niets hoeft te doen blijft rustig zitten. Je rent pas naar de WC als je bootsman of de leiding daar toestemming voor geven. Er moeten altijd minimaal twee mensen in de vlet achterblijven.
- Radio’s moeten even uit en houdt het een beetje rustig. Je bent niet alleen in de sluis.
- Bij het uitvaren van de sluis blijven de willen uit tot de sleep geheel uit sluis is.
Het losgooien
- Als je langszij een andere vlet vastligt, moet je altijd eerst de achterlandvast losmaken en dan pas de voorlandvast. Dit doe je om te voorkomen dat de stroming tussen de voorschepen komt en de boten uit elkaar duwt, terwijl de achterkanten nog aan elkaar vast zitten.
- De achterste vlet in de sleep maakt eerst los, dan één voor één naar voren.
- Zorg dat je wrik- of roeiklaar bent als er bijna wordt losgegooid, zodat je snel los kan. Tijdens het losgooien heeft de sleepboot weinig manoeuvreervrijheid, dus het moet zo snel mogelijk gaan.
Last Updated (Monday, 27 September 2010 19:18)